Een kort geding procedure is een spoedprocedure bij de civiele rechter, waarbij je binnen enkele dagen of weken een voorlopige beslissing kunt krijgen. Je gebruikt het als je niet kunt wachten op een gewone rechtszaak, bijvoorbeeld omdat je buurman direct moet stoppen met bouwen op jouw grond, of omdat een werkgever je ten onrechte op non-actief heeft gesteld. De rechter geeft geen definitief oordeel, maar een tijdelijke maatregel die geldt totdat een bodemrechter er uiteindelijk over beslist.
Wanneer kun je een kort geding starten?
Een kort geding is alleen bedoeld voor situaties met spoed. Er moet een dringende noodzaak zijn om snel in te grijpen. Denk aan een schuldeiser die dreigt je rekening te laten blokkeren, een opdrachtgever die een contract plots opzegt vlak voor een grote levering, of een ex-partner die de kinderen niet teruggeeft na een vakantie. Zonder aantoonbare urgentie wijst de rechter de zaak al bij de voorzitter af.
Het gaat altijd om civiele geschillen, dus zaken tussen twee partijen onderling: bedrijven, particulieren of organisaties. Strafrechtelijke of bestuursrechtelijke kwesties vallen erbuiten. Voor geschillen met de overheid bestaat een aparte procedure bij de bestuursrechter.
Hoe verloopt de kort geding procedure stap voor stap?
- Dagvaarding opstellen. Je start een kort geding met een dagvaarding. Daarin beschrijf je de situatie, de spoedeisendheid en wat je precies wilt dat de rechter beslist. Een advocaat is in de meeste gevallen verplicht bij de rechtbank. Bij de kantonrechter mag je soms zonder advocaat procederen.
- Datum aanvragen. Je vraagt bij de rechtbank een zittingsdatum aan. Bij grote spoed kan dat soms al binnen een paar dagen geregeld zijn. Normaal gesproken vindt de zitting binnen één tot drie weken plaats.
- Dagvaarding betekenen. De dagvaarding wordt door een deurwaarder aan de wederpartij overhandigd. Daarin staat ook wanneer de zitting is.
- Zitting bij de voorzieningenrechter. Beide partijen krijgen tijdens de zitting de kans hun standpunt toe te lichten. Dit duurt vaak maar een uur of korter. De rechter die het kort geding behandelt, heet de voorzieningenrechter.
- Vonnis. Meestal doet de rechter binnen één tot twee weken uitspraak, soms al dezelfde dag of de dag erna. Het vonnis is meteen uitvoerbaar, ook als de verliezende partij in hoger beroep gaat.
Wat kan de rechter opleggen?
De rechter kan in een kort geding verschillende maatregelen opleggen. De meest voorkomende is een gebod of verbod, vaak gecombineerd met een dwangsom. Dat betekent dat de tegenpartij iets moet doen of juist moet stoppen, op straffe van een boete per dag dat ze zich er niet aan houden. Andere mogelijkheden zijn een betalingsopdracht bij dringende schulden, een straatverbod of een publicatieverbod.
Belangrijk om te weten: alle uitspraken in een kort geding zijn voorlopig. De voorzieningenrechter weegt snel en op basis van de informatie die er op dat moment is. Een definitief oordeel volgt alleen als een van de partijen daarna een bodemprocedure start.
Wat zijn de kosten?
Een kort geding brengt kosten met zich mee. Je betaalt griffierecht aan de rechtbank. Naar schatting bedroegen de griffierechten voor particulieren in 2025 rond de 85 tot 310 euro, afhankelijk van de aard van de zaak. Daarboven komen de kosten van de advocaat, die voor een kort geding doorgaans enkele honderden tot meer dan duizend euro kunnen bedragen afhankelijk van de complexiteit en het tarief. Als je de zaak wint, kan de rechter de wederpartij veroordelen in de proceskosten, maar dat dekt de werkelijke kosten zelden volledig.
Heb je een laag inkomen? Dan kun je mogelijk in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand (een toevoeging), waarbij de overheid een deel van de advocaatkosten betaalt. De Raad voor Rechtsbijstand beoordeelt of je daarvoor in aanmerking komt.
Kort geding of bodemprocedure: wat kies je?
Een kort geding is snel, maar heeft ook beperkingen. De rechter heeft weinig tijd om bewijs uitgebreid te beoordelen. Complexe juridische vragen of zaken waarbij veel feiten onderzocht moeten worden, lenen zich minder goed voor een kort geding. In dat soort situaties is een bodemprocedure beter, ook al duurt die vaak maanden tot meer dan een jaar.
Soms worden beide gecombineerd: je vraagt in een kort geding een tijdelijke maatregel aan en start daarna een bodemprocedure voor het definitieve oordeel. Dat is bijvoorbeeld gebruikelijk bij arbeidsconflicten of burenruzies waarbij de situatie snel moet worden gestabiliseerd.
Veelgestelde vragen over de kort geding procedure
Heb ik altijd een advocaat nodig? Bij de rechtbank (sector civiel) is een advocaat in vrijwel alle gevallen verplicht. Bij de kantonrechter, voor zaken onder de 25.000 euro, mag je jezelf vertegenwoordigen. Toch is juridisch advies ook dan aan te raden.
Kan ik in hoger beroep? Ja. Je kunt hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Dat verandert echter niets aan de uitvoerbaarheid van het vonnis: de maatregel blijft gelden totdat het hof anders beslist.
Wat als de wederpartij zich niet aan het vonnis houdt? Als er een dwangsom is opgelegd, verbeurt de tegenpartij die automatisch bij elke overtreding. Je kunt de dwangsommen vervolgens via een deurwaarder innen. Bij grovere overtredingen kan ook aangifte van overtreding van een rechterlijk bevel overwogen worden.
Hoe snel kan het echt? Bij extreme spoed, bijvoorbeeld een dreigende publicatie van privégegevens, kan een zitting soms al binnen 24 uur worden gepland. Dit is een uitzondering; de normale doorlooptijd ligt op één tot drie weken.
Een kort geding procedure is een krachtig middel als je snel actie nodig hebt, maar het is geen lichte stap. Weeg de kosten en kansen eerlijk af, liefst samen met een advocaat, voordat je de procedure start. Is de urgentie minder groot dan gedacht, of zijn de feiten onduidelijk? Dan is wachten op een bodemprocedure soms verstandiger.
