Een niet-opeisbare vordering is een geldbedrag dat je als kind tegoed hebt van de langstlevende ouder na het overlijden van de eerste ouder, maar dat je nog niet kunt opvragen zolang die ouder in leven is. Je hebt het recht wél, maar je kunt het geld pas ontvangen wanneer de langstlevende ouder overlijdt of in bepaalde gevallen failliet gaat. Dit is de kern van hoe het wettelijk erfrecht in Nederland het kindsdeel regelt.
De reden achter deze constructie is praktisch: de langstlevende ouder moet gewoon kunnen blijven wonen en leven zoals gewend, zonder dat de kinderen de erfenis direct kunnen opeisen. Dat betekent dat jij als kind misschien jaren wacht voordat je ook maar een euro ziet, zelfs als het om een flink bedrag gaat.
Hoe ontstaat een niet-opeisbare vordering?
In Nederland geldt het wettelijk erfrecht (afdeling 4.3 van het Burgerlijk Wetboek) als standaard als er geen testament is. Overlijdt een van je ouders en laat die een partner en kinderen na, dan erft de langstlevende ouder automatisch de hele nalatenschap. De kinderen krijgen hun kindsdeel niet in handen, maar als een vordering op de langstlevende ouder. Die vordering is gelijk aan het erfdeel waar elk kind recht op heeft, berekend over de waarde van de nalatenschap op het moment van overlijden.
Stel: je vader overlijdt en laat een nalatenschap na van 300.000 euro. Er zijn drie kinderen en een langstlevende moeder. Elk kind heeft dan in principe recht op een vierde (75.000 euro). Maar je moeder erft alles, en jij krijgt een vordering van 75.000 euro op haar. Dat bedrag groeit bovendien aan met een wettelijke rente, die jaarlijks wordt bijgeschreven. De hoogte van die rente staat in het testament of wordt wettelijk vastgesteld (gangbaar is de wettelijke rente, maar een testament kan een andere rente voorschrijven).
Wanneer wordt een niet-opeisbare vordering wél opeisbaar?
De vordering wordt in de meeste gevallen pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder. Dan wordt jouw vordering, inclusief opgelopen rente, verrekend met de tweede nalatenschap. Er zijn ook uitzonderingen waarbij je de vordering eerder kunt opeisen:
- De langstlevende ouder gaat failliet of er is sprake van schuldsanering (WSNP).
- De langstlevende ouder is in gemeenschap van goederen hertrouwd en dat huwelijk eindigt door echtscheiding of overlijden van de nieuwe partner.
- Het testament bepaalt uitdrukkelijk andere voorwaarden voor opeisbaarheid.
Let op: in de meeste standaardsituaties heb je geen recht om het geld eerder op te vragen, ook niet als je de gelden goed kunt gebruiken of als je de situatie oneerlijk vindt. De wet beschermt de langstlevende ouder uitdrukkelijk.
Wat is de rente op je vordering?
Jouw vordering staat niet stil. Elk jaar wordt er rente bijgeschreven, zodat het bedrag dat je uiteindelijk ontvangt hoger is dan de oorspronkelijke vordering. De hoogte van de rente hangt af van wat er in het testament staat. Staat er niets in het testament, dan geldt de wettelijke rente. In de praktijk heeft een deel van de testamenten een vaste rente van 6 procent per jaar, maar dit varieert sterk per situatie en per jaar van opstellen. Controleer het testament van je ouder om te zien welke rente van toepassing is.
Een rekenvoorbeeld: je vordering bedraagt 75.000 euro. Bij een vaste rente van 6 procent per jaar groeit die vordering na tien jaar aan tot ruim 134.000 euro (samengestelde rente). Dat is een aanzienlijk verschil en maakt het de moeite waard om de exacte rente en het startbedrag goed te laten vastleggen.
Wat kun je nu al doen?
Ook al kun je het geld nog niet ontvangen, er zijn een paar zinvolle stappen die je kunt zetten:
- Laat de vordering berekenen en vastleggen. Vraag een notaris of erfrechtadvocaat om de exacte hoogte van jouw vordering vast te stellen op basis van de nalatenschap van de eerst overleden ouder. Hoe langer je wacht, hoe lastiger het kan worden om de juiste waarde te reconstrueren.
- Controleer het testament. Staan er bijzondere voorwaarden in over opeisbaarheid of renteberekening? Dat bepaalt grotendeels wat je later ontvangt.
- Houd het bij in je eigen administratie. Noteer de hoofdsom, de ingangsdatum en het rentepercentage. Bewaar kopieën van relevante documenten.
- Vraag om inzage in de nalatenschap. Als kind heb je het recht om informatie te krijgen over de waarde van de nalatenschap waarop jouw vordering is gebaseerd. De langstlevende ouder is verplicht daarover openheid te geven.
Risico’s die je niet mag onderschatten
De langstlevende ouder kan in de tussentijd vermogen opmaken, schenken aan anderen of schulden opbouwen. Als er bij het overlijden van de langstlevende ouder onvoldoende geld of bezittingen over zijn om jouw vordering te voldoen, loop je het risico dat je (een deel van) je vordering niet ontvangt. De wet biedt hiertegen beperkte bescherming. Je kunt in principe niet voorkomen dat de langstlevende ouder zijn of haar eigen vermogen gebruikt.
Zijn er signalen dat het vermogen sterk slinkt of dat er grote schenkingen worden gedaan aan anderen, dan is het verstandig om juridisch advies in te winnen. In bepaalde gevallen kan een rechter ingrijpen, maar dat is een uitzonderingssituatie.
Een niet-opeisbare vordering is dus geen garantie op een bedrag, maar een recht dat afhankelijk is van wat er op het moment van overlijden van de langstlevende ouder nog overblijft. Het goed documenteren van jouw vordering vanaf het begin is de beste bescherming die je hebt.
