Een uitspraak in een kort geding volgt meestal binnen één tot twee weken na de zitting. Dit maakt het kort geding een van de snelste manieren om een beslissing van de rechter te krijgen. De rechter geeft een voorlopige uitspraak, geen definitief vonnis, maar die uitspraak is wel direct bindend voor beide partijen.
Het kort geding is bedoeld voor spoedeisende situaties: je hebt een conflict en kunt niet wachten op een gewone rechtszaak, die maanden tot soms jaren kan duren. Denk aan een verbod op een publicatie, het stopzetten van een ontruiming of het afdwingen van betaling bij dreigend faillissement.
Hoe snel volgt de uitspraak van een kort geding?
Na de zitting doet de rechter in de meeste gevallen binnen één tot twee weken uitspraak. Soms, bij grote spoed, doet de rechter al op de dag van de zitting mondeling uitspraak. In andere gevallen volgt een schriftelijk vonnis binnen de afgesproken termijn.
De zitting zelf wordt al snel gepland: bij de civiele rechter is de doorlooptijd tussen het indienen van de dagvaarding en de zitting vaak maar een paar dagen tot enkele weken. Dat hangt af van de urgentie en de agenda van de rechtbank.
Wat staat er in de uitspraak?
De rechter beoordeelt in een kort geding niet wie er juridisch “gelijk” heeft in de diepste zin. Hij of zij kijkt naar wat er op het eerste gezicht aannemelijk is en wat in de tussentijd de beste oplossing is. De uitspraak bevat vrijwel altijd de volgende onderdelen:
- De beslissing: wat wordt toegewezen of afgewezen, bijvoorbeeld een verbod, een gebod of een betaling.
- Een dwangsom: bij veel uitspraken legt de rechter een dwangsom op voor het geval de verliezende partij zich niet aan de beslissing houdt, bijvoorbeeld 500 euro per dag dat de overtreding voortduurt.
- Proceskostenveroordeling: de verliezende partij betaalt in de regel de proceskosten van de winnende partij.
- Uitvoerbaarheid bij voorraad: de uitspraak geldt direct, ook als de andere partij in hoger beroep gaat.
Voorlopig vonnis: wat betekent dat in de praktijk?
Een uitspraak in kort geding is altijd voorlopig. Dat klinkt minder sterk dan het is: de beslissing is wel degelijk afdwingbaar en geldt meteen. “Voorlopig” betekent dat een van de partijen daarna nog een gewone (bodemprocedure) rechtszaak kan starten om een definitief oordeel te vragen. Dat gebeurt in de praktijk niet altijd: als de verliezende partij zich neerlegt bij de uitkomst, blijft het bij het kort geding.
Een rechter kan een eerdere uitspraak in kort geding ook herzien als de feiten veranderen of als er nieuwe informatie opduikt. Dit geeft het systeem enige flexibiliteit, maar ook enige onzekerheid als de situatie snel evolueert.
Wanneer wordt een kort geding afgewezen?
Niet elke aanvraag leidt tot de gewenste uitspraak. De rechter wijst een vordering af als:
- Er geen (voldoende) spoedeisend belang is. Als je maanden hebt gewacht met het aanspannen van het kort geding, vindt de rechter de zaak soms niet meer urgent genoeg.
- De vordering te onduidelijk of te verstrekkend is. Een te vaag geformuleerd verbod wijst de rechter af omdat het niet uitvoerbaar is.
- Er een bodemprocedure nodig is voor een goed oordeel, bijvoorbeeld bij complexe feitenkwesties of gedetailleerd bewijs.
Hoger beroep na de uitspraak
Je kunt tegen de uitspraak van een kort geding in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Maar let op: het vonnis blijft in de tussentijd geldig en afdwingbaar, omdat de rechter het bijna altijd “uitvoerbaar bij voorraad” verklaart. Hoger beroep schorst de uitspraak dus niet automatisch. Ook in hoger beroep gaat het om een voorlopig oordeel.
De termijn voor hoger beroep in een kort geding is drie maanden na de uitspraak, tenzij de rechter een andere termijn heeft bepaald.
Wil je weten of een kort geding in jouw situatie kansrijk is, dan is het verstandig om juridisch advies in te winnen voordat je de dagvaarding laat uitbrengen. De uitkomst hangt sterk af van hoe duidelijk en urgent je vordering is geformuleerd, en of de feiten voldoende aannemelijk zijn op het moment van de zitting.
