De dagvaardingstermijn bij een kort geding bedraagt minimaal één week, oftewel zeven dagen. Dat betekent dat er tussen de dag waarop de dagvaarding wordt betekend en de dag van de zitting minimaal zeven volle dagen moeten zitten. Daarbij telt de dag van betekening zelf niet mee, en de dag van de zitting ook niet.
Voor wie snel naar de rechter wil, is dit een belangrijk gegeven. Een kort geding dient voor spoedeisende zaken, maar ook dan gelden wettelijke spelregels voor de oproeptermijn. Wie die termijn verkeerd berekent, riskeert dat de wederpartij bezwaar maakt of dat de rechtbank de zaak niet behandelt op de geplande zittingsdatum.
Hoe bereken je de dagvaardingstermijn bij een kort geding?
De berekening werkt als volgt: de dag van betekening (de dag waarop de deurwaarder de dagvaarding overhandigt of achterlaat) telt niet mee. De zittingsdag zelf telt ook niet mee. Daar tussenin moeten minimaal zeven volle dagen zitten.
Een rekenvoorbeeld maakt dit concreet. Stel dat de deurwaarder de dagvaarding betekent op maandag 5 mei. Dan begint het tellen op dinsdag 6 mei. Zeven volle dagen later is dat maandag 12 mei. De vroegste datum waarop de zitting dan kan plaatsvinden, is dinsdag 13 mei. Zorg dat je dit goed doorrekent, want een dag te vroeg plannen is een veelgemaakte fout.
Kan de dagvaardingstermijn worden verkort?
Ja, dat kan. In uitzonderlijk spoedeisende gevallen kan de voorzieningenrechter op verzoek toestemming geven om de termijn te verkorten. Je vraagt dat verlof aan bij de rechtbank voordat de dagvaarding wordt uitgebracht. De rechter weegt dan af hoe urgent de situatie is en of de wederpartij nog voldoende tijd heeft om zich voor te bereiden.
In de praktijk wordt verkorting van de dagvaardingstermijn in kort geding toegestaan bij situaties die echt geen dag kunnen wachten, zoals een dreigende publicatie, een nakende aanbesteding of een directe inbreuk die elk uur doorgaat. De lat ligt niet laag: je moet de spoed goed onderbouwen.
Wat gebeurt er als de termijn niet wordt gehaald?
Als de dagvaarding te kort voor de zitting wordt betekend en de wederpartij maakt daar bezwaar tegen, kan de rechter de zaak aanhouden of de dagvaarding nietig verklaren. De wederpartij kan ook besluiten geen bezwaar te maken en gewoon verschijnen; in dat geval wordt het gebrek in de regel gedekt en gaat de zaak gewoon door.
Het risico ligt dus vooral bij een wederpartij die de korte termijn aanvecht. Zorg daarom dat de termijn altijd correct is, tenzij je vooraf toestemming hebt voor verkorting.
Praktische aandachtspunten
- Tel de dag van betekening en de zittingsdag nooit mee bij de berekening.
- Weekenden en feestdagen tellen gewoon mee als “dagen” bij de termijnberekening, tenzij de wet of het procesreglement anders bepaalt.
- Plan de betekening door de deurwaarder tijdig in, want ook de deurwaarder heeft tijd nodig om het exploot op te stellen en uit te brengen.
- Bij twijfel over de termijn: overleg met de rechtbank of raadpleeg het procesreglement van de betreffende rechtbank.
- Wil je de termijn verkorten? Vraag verlof aan voordat de dagvaarding wordt uitgebracht, niet erna.
De minimale dagvaardingstermijn van zeven dagen bij een kort geding lijkt eenvoudig, maar kleine rekenfouten zorgen regelmatig voor problemen. Controleer de datum altijd twee keer, bespreek de planning vooraf met de deurwaarder en vraag bij twijfel over verkorting tijdig toestemming aan de voorzieningenrechter.
