De verjaringstermijn bepaalt hoe lang iemand nog strafrechtelijk vervolgd kan worden voor een misdrijf of overtreding. Na het verstrijken van die termijn vervalt het recht op vervolging en kan de rechter de zaak niet meer behandelen. Hoe lang die termijn duurt, hangt af van hoe ernstig het strafbare feit is.
Verjaringstermijnen per soort misdrijf
Volgens de Rijksoverheid gelden voor misdrijven drie vaste termijnen: 6 jaar, 12 jaar of 20 jaar. De zwaarte van het misdrijf bepaalt welke termijn van toepassing is. Voor lichtere misdrijven, waar maximaal drie jaar gevangenisstraf op staat, geldt doorgaans een verjaringstermijn van 6 jaar. Bij misdrijven met een hogere maximumstraf loopt de termijn op naar 12 of 20 jaar.
Voor overtredingen (lichtere feiten zoals kleine verkeersovertredingen) geldt een kortere termijn van 3 jaar. Dat is de standaard in het Nederlandse strafrecht.
Hieronder een overzicht ter verduidelijking:
| Soort feit | Verjaringstermijn |
|---|---|
| Overtreding | 3 jaar |
| Misdrijf (tot 3 jaar gevangenisstraf) | 6 jaar |
| Misdrijf (hogere maximumstraf) | 12 jaar |
| Zwaar misdrijf (levenslang of 20+ jaar) | 20 jaar |
| Ernstige misdrijven (zoals moord) | Verjaart niet |
Welke misdrijven verjaren niet?
Sommige misdrijven zijn zo ernstig dat ze nooit verjaren. Dat betekent dat iemand ook tientallen jaren na het plegen van het feit nog vervolgd kan worden. Moord is het bekendste voorbeeld. Ook bepaalde oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en ernstige zedendelicten waarbij het slachtoffer een kind was, vallen in deze categorie. De wetgever heeft bewust gekozen voor niet-verjaring bij deze feiten, omdat de maatschappelijke behoefte aan gerechtigheid blijft bestaan, hoe lang het ook geleden is.
Wanneer begint de verjaringstermijn te lopen?
De termijn begint op de dag na het plegen van het strafbare feit. Bij een doorlopend delict, zoals langdurige oplichting of een voortdurende bedreiging, begint de termijn pas te lopen op de dag dat het feit eindigt. Dit is een belangrijk verschil: bij een eenmalige diefstal op een specifieke datum telt je de verjaringstermijn vanaf die datum, bij een voortdurende overtreding geldt de einddatum van het gedrag.
Stuiting en schorsing: de klok kan stoppen
De verjaringstermijn loopt niet altijd door zonder onderbreking. Er zijn twee situaties waarbij de klok stopt of opnieuw begint:
- Stuiting: een daad van vervolging (zoals het uitbrengen van een dagvaarding of een verhoor als verdachte) stuit de verjaring. Na stuiting begint een nieuwe volledige termijn te lopen.
- Schorsing: in bepaalde gevallen wordt de termijn tijdelijk gepauzeerd, bijvoorbeeld als de verdachte voortvluchtig is of als er een wettelijke grond is om de vervolging tijdelijk op te schorten.
Dit betekent dat een zaak in de praktijk langer open kan blijven dan de basisverjaringstermijn doet vermoeden. Zodra het Openbaar Ministerie actie onderneemt, begint de teller opnieuw.
Verjaringstermijn in het civiele recht
Naast het strafrecht kent ook het civiele recht verjaringstermijnen. Die gelden voor vorderingen, zoals het terugvorderen van een schuld of het eisen van schadevergoeding. De standaard verjaringstermijn in het civiele recht is 5 jaar, te rekenen vanaf het moment dat de schuldeiser bekend was met de schade en de aansprakelijke partij. Voor bepaalde vorderingen, zoals die voortvloeien uit onrechtmatige daad met persoonlijk letsel, geldt een termijn van maximaal 20 jaar. Dit artikel richt zich op de strafrechtelijke kant, maar het is goed om te weten dat het begrip verjaringstermijn in beide rechtsgebieden voorkomt.
Veelgestelde vragen over verjaring
Kan ik als slachtoffer aangifte doen na de verjaringstermijn?
Aangifte doen kan altijd, maar het Openbaar Ministerie kan de zaak dan niet meer vervolgen. De aangifte wordt geregistreerd, maar leidt niet tot een rechtszaak als de termijn al verstreken is.
Geldt verjaring ook voor boetes?
Ja. Voor kleine overtredingen die worden afgedaan met een boete (zoals een verkeersboete) geldt ook een verjaringstermijn. Doorgaans is dat 3 jaar voor overtredingen.
Wat als het slachtoffer minderjarig was?
Bij ernstige zeden- en geweldsmisdrijven waarbij het slachtoffer minderjarig was, geldt een langere of zelfs onbeperkte verjaringstermijn. De wet geeft slachtoffers zo meer tijd om aangifte te doen, ook als ze pas als volwassene de stap durven te zetten.
De verjaringstermijn is dus geen vaste, eenduidige regel, maar een systeem met verschillende termijnen dat afhangt van het type feit, de ernst ervan en eventuele stuitende handelingen. Twijfel je over een concrete situatie, raadpleeg dan een advocaat of neem contact op met het Openbaar Ministerie voor de juiste informatie over jouw geval.
