Preferente vordering: wat het is en wanneer je er recht op hebt

Een preferente vordering is een schuld die voorrang krijgt bij de verdeling van geld in een faillissement of schuldsanering. Schuldeisers met een preferente vordering worden eerder uitbetaald dan gewone (concurrente) schuldeisers, maar pas nadat de zogeheten boedelschulden zijn voldaan. Denk aan de Belastingdienst of het UWV: dat zijn typische voorbeelden van schuldeisers met zo’n bevoorrechte positie.

Rangorde schuldeisers: waar valt een preferente vordering?

In een faillissement wordt de beschikbare boedel verdeeld volgens een vaste volgorde. Eerst komen de boedelschuldeisers aan de beurt: dat zijn kosten die direct samenhangen met het faillissement zelf, zoals het salaris van de curator. Daarna volgen de schuldeisers met een preferente vordering. Pas als die beiden zijn betaald, krijgen de concurrente schuldeisers (de “gewone” schuldeisers) hun deel, als er dan nog iets over is.

De rangorde ziet er in grote lijnen zo uit:

  • 1e rang: boedelschuldeisers (faillissementskosten, curatorloon)
  • 2e rang: schuldeisers met een preferente vordering
  • 3e rang: concurrente schuldeisers

Schuldeisers met een pandrecht of hypotheek staan feitelijk buiten deze rangorde: zij zijn separatisten en kunnen hun zekerheid uitwinnen los van het faillissement. Zij worden dus nog eerder voldaan.

Wie heeft een preferente vordering?

De wet bepaalt wie aanspraak mag maken op voorrang. De bekendste voorbeelden zijn:

  • Belastingdienst: belastingschulden, zoals achterstallige omzetbelasting, loonbelasting en vennootschapsbelasting, zijn wettelijk preferent op grond van de Invorderingswet 1990.
  • UWV: vorderingen die het UWV heeft na het overnemen van loonbetalingen bij faillissement zijn preferent.
  • Werknemers: achterstallig loon van werknemers heeft een preferente status. In de praktijk neemt het UWV dit doorgaans over (loongarantieregeling), waarna de vordering naar het UWV overgaat.
  • Huurder of verhuurder: in bepaalde situaties heeft de verhuurder een wettelijk voorrecht op goederen in het gehuurde pand.

Niet elke schuldeiser met voorrang heeft dezelfde positie. Binnen de categorie preferente vorderingen bestaat opnieuw een onderlinge rangorde, vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. De Belastingdienst geniet daarbinnen bijvoorbeeld een bijzonder sterke positie.

Preferente vordering versus concurrente vordering

Het verschil is simpel maar heeft grote praktische gevolgen. Een concurrente schuldeiser staat achteraan en krijgt alleen iets als er na alle preferente betalingen nog geld over is. In de meeste faillissementen is dat bedrag nihil. Concurrente schuldeisers vangen dan bot, ook al is hun vordering op papier volledig terecht.

Stel: een bedrijf gaat failliet met een boedel van 80.000 euro. De curator rekent 15.000 euro aan kosten. De Belastingdienst heeft een preferente vordering van 50.000 euro. Een leverancier heeft een concurrente vordering van 40.000 euro. Na aftrek van de boedelkosten en de belastingschuld resteert er 15.000 euro. De leverancier ziet zijn 40.000 euro teruggebracht tot 15.000, terwijl de Belastingdienst volledig wordt betaald. Zou de boedel kleiner zijn, dan valt de leverancier volledig buiten de boot.

Hoe claim je een preferente vordering?

Als schuldeiser dien je je vordering in bij de curator. Dit heet het indienen ter verificatie. Jij geeft daarbij aan dat jouw vordering preferent is en op welke wettelijke grondslag die voorrang berust. De curator beoordeelt dit en neemt de vordering op in de rangorde. Als er een verificatievergadering plaatsvindt, wordt de vordering besproken en eventueel betwist door andere schuldeisers of de curator zelf.

Wacht je te lang met het indienen van je vordering, dan loop je het risico dat de uitkering al heeft plaatsgevonden en je achter het net vist. Zodra je weet dat een partij failliet is verklaard, handel je zo snel mogelijk.

Wanneer heb je géén preferente vordering?

Een gewone handelsvorderingen, zoals een onbetaalde factuur van een leverancier of aannemer, is in de meeste gevallen concurrerend. De wet kent alleen in specifiek omschreven gevallen voorrang toe. Je kunt dit niet zelf contractueel regelen in de zin dat je zomaar “preferent” wordt: de wettelijke basis is leidend. Heeft jouw vordering geen speciale wettelijke grondslag, dan sta je gewoon achteraan.

De enige manier om de positie van een concurrente vordering te versterken, is door vooraf zekerheid te bedingen, zoals een pandrecht op goederen of een bankgarantie. Dan word je separatist en hoef je niet te wachten op de verdeling van de boedel.

Of jouw vordering preferent is, staat dus niet ter vrije keuze: het hangt af van de wet. Twijfel je hierover, dan is het verstandig dit te laten beoordelen door een jurist die gespecialiseerd is in insolventierecht, zeker als het om een aanzienlijk bedrag gaat.

Search